Overslaan naar de hoofd content

Achtendertig

Irritante taaltrends

Deel 4 - Managementtaal

Zijn we hier opeens een lijnorganisatie geworden? En als iemand het heeft over “op de lijn komen” – welke lijn bedoelen we dan precies? Waslijn, scheerlijn…leerlijn?  Leuk weetje als binnenkomer: Volgens Van Dale zijn er 641 woorden in de Nederlandse taal die eindigen op lijn. Ik kom er verder niet meer over op de lijn…ehh…op terug. 

In de categorie ‘irritante taaltrends’. Na twee delen ‘hippe woorden‘ en een editie over Engelse leenwoorden – nu deel vier: managementtaal. De taal die overal en nergens over gaat, die klinkt alsof er iets besloten wordt terwijl er vooral heel veel wordt gepraat. En niemand zegt wat hij bedoelt.

De stip op de horizon

Een fictief, maar helaas herkenbaar gesprek:

“Kun je dan gelijk even een bila’tje inschieten, om te sparren? Dan kan ik er mijn plasje over doen en jij er een klap op geven. Zo hebben we het mooi samen afgetikt. Of hebben we daar nog een go voor nodig van de baas?”

“Ik hoor wat je zegt. Maar oké, jij bent in de lead. In deze dan hè, ik heb er verder geen say in. Laten we het even parkeren, eerst een ander piketpaaltje slaan. Over een tijdje ga ik het nog wel eens pitchen, eens kijken wat de stip op de horizon dan is.”

WAAROM.

Een gesprek plannen wordt “een bila’tje inschieten.” Iets afronden wordt “aftikken.” Een besluit nemen wordt “een klap op geven.” Woorden die actie suggereren, of expertise? We kunnen het erover hebben of dit zo is, het lijkt alsof de echte kantoortijgers dat in elk geval wel zo zien.

“Ja, dit voelt als een groeipijn, hoor. Belangrijk dat we hier de neuzen wel dezelfde kant op krijgen. Ik wil het zelf ook nog even scherp krijgen, maar denk dat we er wel uitkomen.”

Een “groeipijn” is meestal gewoon een probleem, alleen dan met een positief label erop geplakt. “De neuzen dezelfde kant op krijgen” betekent: niet iedereen is het eens en dat gaan we niet hardop zeggen. En “ik wil het nog even scherp krijgen” – dat is meestal: ik snap het nog niet helemaal.

Duurder om te lezen dan om te doen

“Kunnen we dit anders aanvliegen? Ik zou het niet over het weekend willen tillen, dus laten we er nog even een call over doen. Heb je een dedicated iemand die dit kan oppakken? Wil je hem er ook bij aanhaken? En misschien even out of the box denken, ik hou het sowieso nog even tegen jou aan voor ik het als prio doorzet.”

Vertaald: kunnen we dit anders doen, ik wil het maandag af hebben, laten we even bellen, is er iemand die dit kan doen, kan hij even creatief meedenken, ik overleg eerst nog met jou voordat ik het prioriteit geef.

Duurder om te lezen dan om te doen.

Niemand bedoelt hier iets verkeerds mee. Het is aanstekelijk, het klinkt bijna Jip-en-Janneke-achtig als iedereen om je heen het ook zo zegt. Maar het maakt een tekst – of een vergadering – wel onnodig ondoorzichtig. Zeker voor wie er net bij komt, of voor een klant die gewoon wil weten wat er nu concreet gaat gebeuren.

Omkeerbaar

Ik hoop dat het omkeerbaar is. Dat je elke keer als je zo’n term gebruikt, jezelf de vraag stelt wat je bedoelt. Zeg “afronden” in plaats van “aftikken” als dat is wat je bedoelt. Een “piketpaaltje slaan” kun je “een standpunt innemen” noemen. Zeg dat dan ook zo.

En vooral die lijn – echt niet meer doen.