Achtendertig

Voorjaars schoonmaak voor je teksten

10 woorden die je beter kunt schrappen

Lente is hier. De zon schijnt (oké, als we deze week even overslaan) en de vogels zijn je natuurlijke wekker. Een uitstekend moment om niet alleen je huis, maar ook je teksten van een grote schoonmaak te voorzien. Want hoe lekker een opgeruimd huis voelt, zo fijn leest een tekst zonder overbodige ballast.

Eerder nam ik al irritante taaltrends op de korrel die je teksten troebel maken. Vandaag zoom ik in op een minder opvallende, minstens zo hardnekkige vervuiler: het overbodige woord. Woorden die niks toevoegen. Sterker nog: ze verzwakken je boodschap. Ze nestelen zich stilletjes in je zinnen zonder dat je het doorhebt. Tot vandaag. Pak je toetsenbord, tik Ctrl+F, zoek en ruim op.

 

Tien woorden die je tekst niet nodig heeft (of minder vaak dan je denkt).

1. Inderdaad
We gebruiken ‘inderdaad’ om iets te bevestigen. Meestal is dat helemaal niet nodig.
‘Dat is inderdaad een goed idee.’ Wordt: ‘Dat is een goed idee.’
Strakker, helderder. Natuurlijk, soms versterkt ‘inderdaad’ wat iemand anders net zei – dan is het prima. Wees kritisch. Je tekst wordt er beter van.

2. Heel
‘Dat is een heel mooi resultaat.’ Of: ‘Dat is een mooi resultaat.’
Voel je het verschil? De eerste probeert je te overtuigen, de tweede is overtuigend. Less is more.

3. Eigenlijk
‘Eigenlijk’ klinkt onschuldig, maar ondermijnt alles wat je daarna zegt. ‘Ik vind dit eigenlijk geen goed idee. Wordt: ‘Ik vind dit geen goed idee. Geen ruimte voor twijfel. Zo wil je klinken.

4. Hopelijk
Als je ergens geen invloed op hebt, zoals het weer, is ‘hopelijk’ prima. Als je zegt: ‘We hebben hopelijk iets moois voor jullie voorbereid,’ dan heb je die hoop al waargemaakt. Dus laat dat voorzichtige ‘hopelijk’ lekker weg. Wees gerust zelfverzekerd. En hopelijk denkt de ander er ook zo over 😉.

5. Dus
‘Dus’ geeft oorzaak en gevolg aan. Meestal begrijpt je lezer die ook zonder dat woord.
‘Ik ben op vakantie, dus ik sluit niet aan bij die vergadering. Wordt: ‘Ik ben op vakantie, ik sluit niet aan bij die vergadering. Net zo duidelijk, net wat krachtiger.

6. Maar
.Jaren geleden las ik ergens dat ‘maar’ maximaal 3 keer in je teksten voor mag komen. Dat werd mijn stelregel en ik moet er altijd best wat weghalen, maar (dit is de 2e) het wordt er altijd beter van.

Een echte tegenstelling? Prima. Gebruik ‘maar’. Geen echte tegenstelling? Schrappen.
‘Het is een uitdaging, maar we gaan het aan. Wordt: ‘Het is een uitdaging. We gaan het aan.
Kort. Krachtig. Zelfverzekerd.

7. Gewoon
‘Gewoon’ maakt dingen kleiner. ‘We moeten gewoon harder werken.’ Wordt: ‘We moeten harder werken.’ Voel je m? Alsof je het echt meent.

8. Even
‘Ik wil even benadrukken hoe belangrijk dit is.’ Wordt: ‘Ik wil benadrukken hoe belangrijk dit is.
Waarom dat ‘even’? Je boodschap is belangrijk. Geef hem dan ook die plek.

9. Toch
Net als ‘maar’ is ‘toch’ een woord dat een tegenstelling suggereert. Als die tegenstelling er niet echt is? Dan is ‘toch’ vooral ruis. Check goed of je het echt nodig hebt. In veel gevallen: schrappen.

10. Namelijk
‘We moeten de deadline verplaatsen, de klant heeft namelijk de offerte nog niet getekend.’
Wordt: ‘We moeten de deadline verplaatsen. De klant heeft de offerte nog niet getekend.’
Je lezer snapt het heus wel zonder die toelichting. En je tekst leest soepeler.

Namelijkomdatdus — dat zijn vangnetwoorden. Ze geven je als schrijver een gevoel van controle, de lezer heeft ze zelden nodig. Ik vind het dan sterker en fijner lezen als je ze weghaalt.

Aan de slag

Pak een tekst die je al geschreven hebt, open ‘m en kijk of je een paar van deze tien woorden spot. Grote kans dat ze erin geslopen zijn. Weg ermee. Niet omdat ze verboden zijn, wel omdat je boodschap zonder vaak sterker is. Gebruik ze bewuster – en spaarzaam.

Ctrl+F is je nieuwe beste vriend. Schrijf, zoek, schrap en versterk. Gooi de ruis eruit, laat de boodschap glanzen. Tijd voor lente in je teksten.